donderdag 12 september 2019

Israel is een van de weinige landen ter wereld die aan het begin van de 21e eeuw een aanzienlijk groter bosrijk gebied had dan aan het begin van de vorige eeuw. Dat is niet zomaar, het is het resultaat van een zorgvuldig, doelgericht en vastberaden beleid. Het Joods Nationaal Fonds (JNF) is er trots op deel uit te maken van de internationale bosbeleidsagenda en bij te dragen aan de wereldwijde inspanning om de schade van klimaatverandering te verminderen.

Onderstaand artikel plaatst ons werk in een breder perspectief. Het is geschreven door Gideon Behar, hoofd van het Bureau voor Afrika bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Israel en voormalig ambassadeur in Senegal, en David Brand, die tot voor kort diende als hoofd bosbeheer en directeur van de bosdivisie bij KKL/JNF (het internationale hoofdkantoor in Israel). Het artikel werd gepubliceerd in het Hebreeuws door Zavit, het Israëlische wetenschaps- en milieunieuwsagentschap. Het originele artikel kunt u hier lezen.

Dit artikel heeft iets langere leestijd dan dat u van ons gewend bent.

Door de klimaatverandering het bos niet kunnen zien

Het belang van bossen in de wereldwijde strijd tegen het broeikaseffect werd benadrukt tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP24), gehouden in Katowice, Polen in december 2018.
Volgens het statusrapport van 2015, Global Forest Resources Assessment (FRA 2015), gaat de ontbossing op grote schaal door – iets minder dan in het verleden, maar nog steeds ongeveer 33.000 vierkante kilometer (3,3 miljoen hectare) per jaar.
Bossen bieden een breed scala aan ecosysteemdiensten, die essentieel zijn voor het welzijn en het voortbestaan van mensen op de planeet. Bossen zijn het centrale middel om kooldioxide uit de atmosfeer op te nemen, en kooldioxide is het belangrijkste broeikasgas dat verantwoordelijk is voor de meeste klimaatveranderingen in de wereld van vandaag. Bossen vullen onze zuurstof aan, zuiveren de lucht en ondersteunen ecosystemen die talloze dieren en planten omvatten. Ze voorzien ons van voedsel, hout en medicijnen. De VN schat dat meer dan 1,5 miljard mensen afhankelijk zijn van bossen voor hun levensonderhoud. Bovendien zijn het voor ons plekken om te wandelen en onze geest op te frissen. Zonder bossen is het twijfelachtig of we zouden overleven.
Naast de directe – door de mens veroorzaakte – vernietiging van bossen door middel van kappen, worden grote beboste gebieden vandaag de dag getroffen door toename van droogte, afname van neerslag, toename van boomplagen en ziekten, extreme klimaatgebeurtenissen en een significante toename van bosbranden.

Hoge prioriteit

In het licht van het bovenstaande hebben bosbehoud en bebossing de hoogste prioriteit in de confrontatie van de mens met het (door hemzelf gecreëerde) probleem van klimaatverandering. Veel experts zijn het erover eens dat we, om een evenwicht tussen uitstoot en absorptie van broeikasgassen te bereiken, proactieve strategieën moeten ontwikkelen om kooldioxide uit de atmosfeer te absorberen.
Zelfs staten die vastbesloten zijn om de klimaatverandering te vertragen en hun voornemen hebben aangekondigd om tegen het jaar 2050 procent gasuitstoot te bereiken, realiseren zich dat zij, om hun doelen te bereiken, technologieën nodig hebben om kooldioxide uit de atmosfeer te absorberen.
Deze technologieën zijn echter niet op grote schaal getest en zijn niet klaar voor gebruik. Dit was een van de conclusies in het speciale UN-IPCC-rapport, uitgebracht in oktober 2018: Global Warming of 1.50C.

De onzekerheid en potentiële gevaren zijn te groot, wat tot de conclusie leidt dat we nog steeds moeten vertrouwen op natuurlijke manieren om kooldioxide op een acceptabel niveau te houden. Dit betekent: vernietiging van bestaande bossen voorkomen, uitgeputte gebieden herbebossen en nieuwe bossen aanplanten.

2030

Het strategische plan van de Verenigde Naties. voor bossen 2017-2030 is bedoeld om precies dat te doen. Het centrale doel van het plan, aangenomen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in april 2017, is om het bosgebied tegen 2030 wereldwijd met 3% te vergroten, terwijl wetenschappelijk onderzoek wordt verricht en onze kennis over bossen en bebossing wordt uitgebreid. Hoewel het plan vrijwillig is en elk land zelf kan beslissen hoeveel het zijn beboste gebieden wil uitbreiden (het plan bevat geen sancties), ligt het belang ervan in het feit dat het voor het eerst een wereldwijd doel stelt voor bebossing.
Het percentage aangeplante bossen neemt toe – vandaag de dag is ongeveer 7% van het beboste gebied in de wereld aangeplant, tegen 4% in 1995. Veel staten, waaronder China, Pakistan en India, planten bomen en bossen op een enorme schaal in de afgelopen jaren. Pakistan plantte bijvoorbeeld in 2014 een miljard bomen als onderdeel van zijn doelstelling van 10 miljard bomen. Ethiopië plantte dit jaar 353 miljoen bomen op één dag.
De uitgebreide kennis en rijke ervaring van Israel wordt wereldwijd erkend. Als voorbeeld heeft de minister van Milieu en Bosbouw van Kenia onlangs de bosbouwafdeling van KKL/JNF benaderd voor hulp bij het verwerven van de kennis die nodig is om zijn doel te bereiken (na een regeringsbesluit) van een toename van de bosbedekking in Kenia van 7% tot 10%. De ervaring van Israel in drooglandbosbouw kan op veel plaatsen in de wereld worden toegepast, wat bijdraagt aan de versterking van wereldbossen.

Expertise

De expertise van Israel is het meest relevant voor semi-aride (semi-droge) regio’s of gebieden aan de rand van een woestijn, zoals de Sahel die zich van oost naar west over Afrika uitstrekt, grote delen van Australië, delen van China die te kampen hebben met woestijnvorming en andere regio’s. Deze gebieden hebben een groot potentieel voor bebossing. Ten eerste waren grote delen van deze gebieden ooit bossen en kunnen ze relatief gemakkelijk worden hersteld. Bovendien is hun waarde voor landbouw of begrazing gedaald, waardoor ze beschikbaar zijn voor ander gebruik. Bebossing van deze gebieden zorgt voor een broodnodig levensonderhoud in de boomkwekerij en houtproducten en zorgt ook voor meer neerslag.

Yatir forest

Het Yatir Forest in Israel, in de jaren zestig geplant door KKL/JNF, is de focus van een langetermijnstudie uitgevoerd door een onderzoeksteam onder leiding van professor Dan Yakir van het Weizmann Institute of Science. In een artikel dat in januari 2018 is gepubliceerd, leggen prof. Yakir en zijn collega’s de potentiële voordelen uit van het planten van bossen zoals Yatir Forest. Het is het grootste bos van Israel (zo’n 5000 hectare), bevindt zich aan de rand van de Negev woestijn en een zorgt voor een jaarlijkse neerslag van ongeveer 270 mm.

Grootschalige bebossing in semi-aride gebieden zoals de Sahel en Noord-Australië zal een toename van neerslagniveaus veroorzaken en een impact hebben op brede gebieden, zelfs voorbij de bossen. De onderzoekers schatten dat het koolstofvastleggingspotentieel van dergelijke grootschalige semi-aride bebossing ongeveer 10% van de wereldwijde koolstofput van het continentale aardoppervlak zou kunnen bedragen. De geplante bomen moeten inheemse variëteiten zijn die geschikt zijn voor het klimaat en de omstandigheden (Sahel, Australië), geen invasieve of niet-inheemse soorten zoals dennen en cipressen, die geschikt zijn voor meer noordelijke regio’s.

Israel kan een grote bijdrage leveren aan wetenschappelijk onderzoek, zowel theoretisch als toegepast, gerelateerd aan bossen en bebossing in het algemeen, en aride en semi-aride bosbouw in het bijzonder. Het is opmerkelijk dat een derde van de wereldbevolking in droge of semi-droge gebieden woont en 20% van het continentale oppervlak van de aarde semi-droog is.

Privacyverklaring