donderdag 14 maart 2019

Reizigers van de JNF Experience in Israel hebben een bijzondere reis gemaakt. Zij hebben indrukwekkende bezienswaardigheden, adembenemende landschappen, oude steden en JNF projecten bezocht. Onze verslaggeefster, Joanne Nihom, reisde met hen mee en maakte voor ons een prachtig reisverslag. Laat u meevoeren!

Woensdag 6 maart

Een groene dag

Wat een prachtig begin van de eerste reisdag: een blauwe hemel. Na zeker twee maanden regen en storm, is sinds gisteren het weer omgeslagen en is het voorjaarsweer heel voorzichtig voelbaar. Zonnebrillen mee, maar ook een vest of trui voor ’s morgens en het einde van de dag. Door extreem veel regen is het overal groen langs de wegen, in de dorpen en steden, met veel en hoog onkruid. Ook in kibboets Beth Haemek, waar de dag begon. Oud-Nederlander Paul Toff ontving ons, hij woont er al meer dan dertig jaar. In de kibboets is hij verantwoordelijk voor het water, zowel voor de landbouw als voor privégebruik. Paul nam ons mee de avocado- en bananenplantages in en vertelde over de kibboets en zijn werk. Hoogtepuntje: Turkse koffie en stukjes versgeplukte avocado en banaan.

Daarna ontmoetten we andere oud-Nederlanders uit Beth Haemek en omgeving. Veel vragen over de kibboets van toen en nu. Van bijna communistische gemeenschappen tot vandaag: vrije dorpen.
De lunch nuttigden we in de eetzaal van de kibboets. Vroeger, toen de kibboets nog niet geprivatiseerd was, aten de bewoners hier drie keer per dag. De eetzaal was de centrale plek in hun leven.

Vanuit Bet Haemek reden we langs een prachtige groene route richting het noorden, met veel bomen (geplant door het Joods Nationaal Fonds) en wijn- en fruitgaarden.
Naast Beth Haemek ligt Kfar Yasif, een Arabisch dorp. Hier wonen druzen, Arabische christenen en moslims samen. Het is een welvarend dorp, net zoals de vele andere Arabische en druzendorpen in het noorden. In Kfar Yasif doe ik mijn boodschappen en ik heb er vrienden wonen. Ik kom er bijna elke dag, net zoals de inwoners van de andere dorpen bij ons in de buurt.

‘Een JNF-reis, dat kennen we van vroeger’, vertellen Sylvia en Gerrie Veffer. ‘Wat zijn we blij dat we mee zijn gegaan. Vandaag voor het eerst Israel gezien zoals we het niet eerder hebben gezien. Na meer dan vijftig jaar onze oude schoolvriend Paul Toff ontmoet. Het was ook leuk om de andere oud-Nederlanders te ontmoeten. Wat een prachtige omgeving waar we doorheen reden. We genieten enorm.’

Beria en de Hula Valei

De volgende stop was in Beria, een Joods dorp uit de eerste en tweede tempelperiode, met een enorme geschiedenis. Jaarlijks vindt er een speciale gebedsbijeenkomst voor de regen plaats; een verhaal dat ik daarover schreef, vind je onderaan dit bericht. In en om Beria zijn ruïnes teruggevonden en oude synagoges. Het is een vesting van verzet geweest tijdens het Britse mandaat voor het behoud van het Joodse land. Het JNF heeft er een groot bos aangelegd (met graven van beroemde rabbijnen) en wandel- en fietspaden. Het uitzicht was fenomenaal met ver weg, maar heel duidelijk zichtbaar, een besneeuwde Hermon.

Joanne en de jarige Merijn maken een verjaardagdansje!

We besloten de dag met een bezoek aan de Hula Valei, een prachtig natuurgebied aangelegd door het JNF. Daar trakteerden de kraanvogels ons op een indrukwekkend schouwspel terwijl ze werden gevoederd. Natuur op zijn allermooist: duizenden ooievaars in de lucht, flamingos in het water…

Dan volgt nu het verhaal dat ik twee jaar geleden schreef, toen ik de bijzondere gebedsbijeenkomst mocht bijwonen:

BIDDEN OM REGEN

CHONI HA-M’AGEL
Choni ha-M’agel is een verhaal uit de Talmoed: Taanit 19a:
‘Het verhaal gaat dat Choni bad om regen, maar die viel maar niet. Toen tekende hij een cirkel, ging daarin staan en zei tot G’d: “Meester van het universum! Uw kinderen hebben mij om regen verzocht, omdat zij mij beschouwen als onderdeel van uw regering. Ik blijf in deze cirkel staan, totdat u zorgt voor regen.” G’d verhoorde Choni’s gebed. Het begon een beetje te regenen … Toen zei Choni: “G’d, dit is niet waar ik om vroeg. Ik vroeg om regen van goede wil, zegen en vrijgevigheid.” Toen zorgde G’d voor zoveel regen dat er overstromingen door ontstonden. Zo erg dat de mensen in Jeruzalem hun huizen verlieten en bescherming zochten op de Tempelberg. Weer kwamen ze naar Choni en zeiden: “Precies zoals je gebeden hebt dat er regen moet vallen, bid nu dat het stopt.” Shimon ben Shetach stuurde een bericht naar Choni: “Als u niet Choni was geweest, dan had ik u laten excommuniceren. Maar wat kan ik tegen u doen, u die tegen de Almachtige moppert terwijl Hij uw wens vervult, zoals een kind moppert op zijn vader, terwijl de vader zijn wens laat uitkomen.”’

Al jaren valt er niet genoeg regen in Israel en daarom wordt er door de rabbijnen jaarlijks opgeroepen daar extra voor te bidden. Het was een voorrecht er dit jaar, op 26 oktober 2017 (chesjwan 6, 5778) bij te zijn. Een speciale gebedsbijeenkomst voor regen, bijgewoond door honderden kinderen, bij het graf van Choni ha-M’agel (de cirkelmaker) in Hatzor HaGlilit tussen Safed en Rosh Pina.

Het is een groot terrein met bomen en stenen. Door een nauw gangetje kom je, via een kleine gebedsruimte, bij het graf van Choni. Het bevindt zich in een rots. De spelonken zijn gevuld met handgeschreven briefjes van bezoekers en een enkele siddoer (gebedenboek). Rondom het graf, op stenen verhogingen, staan brandende kaarsjes.

VROLIJKE TAFERELEN
Het is nog stil. Dan rijdt de ene bus na de andere het terrein op. Ze brengen kinderen en leraren vanuit het hele land. Omdat het even duurt voordat de ceremonie begint, zoekt iedereen verkoeling onder de bomen, waar de kinderen door hun begeleiders bezig gehouden worden met allerlei spelletjes. Veel gezang en gedans; jongens en meisjes gescheiden. Iemand van een van de scholen heeft een grote teil meegebracht, gevuld met water en zeep om supergrote zeepbellen mee te maken. Het zorgt voor vrolijke taferelen.
De bijeenkomst is georganiseerd door het Israelische rabbinaat in samenwerking met het ministerie van Onderwijs. Een van de organisatoren: “Het verhaal van Choni gaat over regen, zijn graf is een belangrijke plek om daarvoor te bidden. Waarom we scholen uitnodigen? Kinderen denken nog onbevangen en puur. Als kinderen bidden om regen dan moet G’d wel luisteren.”

BIDDEN IS BELANGRIJK
Plotseling ontstaat er beweging: de ceremonie begint. De kinderen nemen plaats voor een groot podium. In de brandende zon, maar ze lijken er geen last van te hebben. Samen met een veelzijdige, zingende pianist wordt er vrolijk gezongen. Het zijn allerlei liedjes over regen. Dan komt een rabbijn het podium op. Hij vertelt de kinderen het verhaal van Choni en de boodschap erachter. Dat bidden tot G’d belangrijk is. Ook om vertrouwen te hebben in G’d, ook al begrijp je Hem niet altijd.
Vervolgens spreekt hij de gebeden voor de regen uit. Langzaam en duidelijk, steeds een aantal woorden en dan wacht hij even. Het geeft de kinderen de mogelijkheid ze te herhalen. Dat doen ze luid en duidelijk, een indrukwekkend gebeuren. Ter afsluiting blaast de rabbijn een paar keer op de sjofar, net als tijdens het Joods Nieuwjaar, om tot inkeer te komen. Dan is de ceremonie voorbij. Nog zeker een uur dansen de kinderen in grote kringen op het terrein. Ze dragen Israelische vlaggen mee en ook borden met witte wollige wolken (symbolisch voor de regen). Dan is het tijd om weg te gaan. In groepen lopen de kinderen naar de autobussen. Langzaam raakt het terrein leeg. Choni is weer alleen. Twee dagen later regent het in het hele land.

 

Schenk ook een boom in Israel


Donderdag 7 maart

HET WERK VAN HET JOODS NATIONAAL FONDS
Onze tweede reisdag begon zoals de eerste was geëindigd: we waren nog niet onderweg of duizenden en duizenden ooievaars passeerden de bus, zowel links als rechts.

We bezochten vandaag de Golani-kwekerij van het JNF. In het land zijn drie grote JNF-kwekerijen. In Golani worden bomen gekweekt voor het noorden van Israel. Leroy leidt ons rond. Hij komt oorspronkelijk uit Ethiopië, is sinds 1991 in Israel en werkt al meer dan vijfentwintig jaar voor het JNF.
‘Met grote zorg kweken wij de nieuwe bomen. Iedere stap is belangrijk: welke zaden we selecteren, hoe we de wortels behandelen, de watertoevoer. Afhankelijk van waar het boompje uiteindelijk terechtkomt, passen we de stappen aan. In het zuiden moet de wortel bijvoorbeeld heel sterk zijn, omdat het daar droog en heet is.’ Hij neemt ons gezelschap mee langs de verschillende fases. We zien de kleine, bijna onzichtbare zaadjes, de plantjes, kleine boompjes en tenslotte grote, sterke, wijze bomen.
‘Wat hier in de kwekerijen gebeurt, is de basis voor het werk van het JNF. Bomen planten is heel belangrijk, maar minstens zo belangrijk zijn het onderzoek en onderhoud van de bomen. Het een kan niet zonder het ander’, vertelt Freddie Rosenberg, directeur van het JNF.

SAMEN BOMEN PLANTEN
Een bijzonder moment was het planten van een boom in het Golani-boomplantcentrum in het Lavi park. Iedereen zijn of haar eigen boompje.
Samen zeiden we het gebed op dat daarbij hoort: ‘… Laat hen diep wortel schieten en maak welig hun bloei …’

Brenda Koet verwoorde treffend wat het gevoel van de groep: ‘Geweldig dat we hebben mogen meewerken aan een groen plekje in Israel.’
Ayla Blum voegde toe: ‘Het was vroeg op vandaag, maar het was het waard. Golani is de naam van een elitegroep in het Israelische leger. Mijn vriend was bij die eenheid, dus het was voor mij extra bijzonder. Ik stel voor dat we volgend jaar allemaal terugkomen om te zien hoe onze boompjes zijn gegroeid. Dat is niet alleen goed voor de Israelische economie, maar het is ook een feest om het land van melk en honing weer te mogen bezoeken.’

BEWONDERING VOOR DE PIONIERS
‘Wat een modder en ongelijke grond’, hoorde ik iemand zeggen terwijl hij met zijn schepje in het zand wroette. Zo zag ooit het hele land eruit. De eerste pioniers, in die allereerste jaren van het bestaan van Israel, hebben gezwoegd om te zorgen dat het Israel vandaag het land is dat het is. We leerden er meer over tijdens ons bezoek aan Kinneret Court Yard. Een gerestaureerde landbouwschool uit de jaren van de eerste alia, tussen 1903 en 1914, toonde het verhaal van al die jonge pioniers die alles achterlieten en immigreerden naar het Joodse thuis. Ze kwamen naar het toenmalige Palestina om ideologische redenen en later vanuit Zionistische overwegingen. Allen hadden een liefde voor het Beloofde Land. Ze kwamen terecht in een land dat vooral bestond uit moerassen, met bizarre weersomstandigheden en hadden weinig tot geen landbouwkennis. Samen met het JNF en een groot doorzettingsvermogen zorgden zij voor een groene revolutie. Als je in dromen gelooft, is alles mogelijk! Dat is de les die je kunt leren uit de strijd van die allereerste pioniers en van het ongelofelijke inzicht dat het JNF al had in 1901.

METAMORFOSE VAN HET LAND

Op weg naar Old Gesher en omgeving was het opvallend groen, terwijl dat gebied het grootste gedeelte van het jaar droog en bruin is. Maar de vele regen van de afgelopen maanden heeft het land een metamorfose gegeven.

 

In Old Gesher hoorden we over Pinchas Rotenberg, de man achter de eerste elektriciteitscentrale in Israel. Een man met een visie en een droom: ‘Als je echt iets wilt, is het geen fantasie.’ Old Gesher, een verhaal over het verleden, het heden en de toekomst.

Daarna was het tijd voor de boottocht over het meer van Tiberias. De wolken die er de hele dag waren, maakten plaats voor blauwe lucht en een zonnetje. Met het fenominale uitzicht opnieuw een prachtige afsluiting van een mooie dag.

 

 

Vrijdag 8 maart

TERUG EN VOORUIT IN DE TIJD
Het is alweer de derde dag van onze reis door Israel. Wat een cadeau vanmorgen als we uit ons hotel stappen: een prachtig blauwe hemel en uitzicht op de Hermon bedekt met sneeuw. Over de Golan hoogvlakte met prachtige natuurreservaten, rijden we naar de Romeinse archeologische stad Beth Shean.

Beth Shean is groots en indrukwekkend. Als je stil bent, kun je je een levendige voorstelling maken van de volkeren die hier de afgelopen 7000 jaar hebben geleefd, zoals de Egyptenaren, kruisvaarders, Grieken en Romeinen. Je hoort het gekletter van paardenhoeven op de plaveisels, ziet de mensen in het badhuis en de biddende mensen in de tempels. In de grote hoofdstraat slenteren mannen en winkelen statige vrouwen. En in het prachtige amfitheater, met zijn fantastische akoestiek, zijn dagelijks optredens. Ze trekken een groot publiek. Dan horen we het ‘Caro Mio Ben’ van Guiseppe Giordani, gezongen door Freddie Rosenberg, directeur van het Joods Nationaal Fonds (JNF). We zijn 7000 jaar vooruit in de tijd.

 

Vervolgens rijden we naar het zuiden, naar de Dode Zee voor een ‘verfrissende plons’. Om daarna onze reis voort te zetten naar Jeruzalem, zodat we daar op tijd zijn voordat de sjabbat haar intrede doet. Sjabbat sjalom!

BLAUWE BUSJES
Onze mede-reisgenoot, de negentigjarige Puck Aronson, is al sinds 1956 actief voor het JNF. ‘Ik werd JNF-commissaris van Rotterdam. In die tijd leegden we onder andere een keer per jaar de ‘blauwe busjes’ van het JNF. De Joodse gezinnen hadden die busjes toen nog in huis, ze deden er bij feestelijke gelegenheden geld in. Bij ons stond ’ie naast de telefoon.’ Puck is altijd actief betrokken gebleven bij het werk van het JNF. ‘Ik zie het belang van de organisatie in Israel. Wat me met name aantrekt, is dat het JNF apolitiek is en wat ik zo goed vind, is dat je ziet wat er met je geld gebeurt, dat het goed terechtkomt. Je kunt de projecten bezoeken en het met eigen ogen zien. Alleen al als je door het land rijdt: overal grote bossen en parken.’

EEN EIGEN PARK
In 1980 vierde Pucks woonplaats Hulst haar achthonderdjarig bestaan. Op initiatief van Puck en haar man werd toen het Stad Hulst Park aangelegd, in het noorden van Israel. ‘Bij speciale gelegenheden geef ik nog steeds een boom cadeau in ons park.’ Nu reist ze mee met het JNF. ‘Ik vind het fantastisch dat het JNF dit organiseert. De reis is voor iedereen geschikt – wat je achtergrond of religie ook is – en je ziet de diversiteit van het werk van het JNF. Dan pas realiseer je je wat het JNF gepresteerd heeft in al die jaren. Iedere keer als ik hier ben, word ik weer positief verrast. Ik raad iedereen aan ook een keer deel te nemen aan deze unieke en leerzame reis. Je liefde voor het land wordt er alleen maar door vergroot.’

 

 


Zaterdag 9 maart

JERUZALEM, STAD VOL CONTRASTEN

Jeruzalem, stad van goud, religie, kleuren, geuren, mensen, verdeeldheid en van vrede.

Jeruzalem, de stad van het hoofdkantoor van het JNF.

Jeruzalem, stad van ons allemaal.

Jeruzalem en de sabbat: er heerst een rustige, vredige, devote sfeer, ondanks de drukte van toeristen van over de hele wereld. De oude stad. Geschiedenis. De Heilig Grafkerk. De vele buurten. Oud en nieuw. De karakteristieke Jeruzalemsteen. De soek. De lichtshow.

Met het vallen van de avond, verandert de sfeer. Alsof de stad ontwaakt. Een nieuwe week. Shavua tov!

 

HOOFDPRIJS
Al jaren steunt hij het Joods Nationaal Fonds (JNF) en doet hij onder andere mee aan de loterij: onze reisgenoot Arjen van Dorp uit Hazerswoude. ‘Ook afgelopen jaar heb ik meegedaan. Ik vind het JNF een mooie, apolitieke organisatie, die veel goed doet in Israel. Ik betaalde een euro extra om de trekkingslijst per post te ontvangen. Toen ik die kreeg, stopte ik hem gelijk in mijn bureaula. Ik dacht: ik heb toch niets gewonnen. Na een paar maanden heb ik de lijst toch maar eens gecheckt. Wat bleek? Ik had de hoofdprijs gewonnen: twee tickets naar Israel met verblijf in een hotel! Eerst kon ik het niet geloven en deed ik de lijst weer in mijn lade. Maar toen ik het de volgende dag weer checkte, bleek het echt zo te zijn.’ Arjen nam contact op met het JNF-kantoor en vroeg of hij zijn prijs mocht inruilen voor de georganiseerde reis van het JNF. ‘Dat mocht. Ik gebruikte mijn eerste ticket voor de reis in oktober. Het was mijn eerste keer in Israel. Ik vond het zo geweldig, dat ik direct wist dat ik snel nog een keer wilde komen. En hier ben ik, dankzij het tweede ticket dat ik won! We zien plekken die je anders nooit ziet. Ongelofelijk hoe hier in betrekkelijk korte tijd en onder moeilijke omstandigheden zoveel bereikt is. Ik werk bij een boomkwekerij in Nederland. Als wij bomen planten, is de grond zacht en is er voldoende water om te irrigeren. We hoeven daar niet echt over na te denken. In Israel moet je overál over nadenken. Ik dacht dat het JNF alleen bomen plantte, maar ze doen zoveel meer. Zoals waterbeheer en infrastructuur en dan de landbouw. Ongelofelijk. Jammer dat er in Nederland niet meer groente en fruit uit Israel te verkrijgen zijn. C1000 had altijd de heerlijkste avocado’s, ik bleef ervan eten. Maar sinds zij niet meer bestaan, kan ik ze nergens meer krijgen. Ik had al grote bewondering voor dit kleine land, die is door deze reizen alleen maar toegenomen. Diep, diep respect!’ Arjen verzekert dat hij loten blijft kopen. ‘Wie weet win ik weer.’

GELUKSVOGEL
Barbara Flesschedrager werkt al elf jaar bij het JNF. ‘Iedere dag ga ik fluitend naar mijn werk. Tijdens de laatste JNF Experience-avond in Leeuwarden vertelde ik over de JNF-reis in oktober. Nu mag ik weer deze bijzondere reis maken met opnieuw een geweldige groep. Het is een cadeau om te zien hoe groen het is in het noorden van het land door de vele regen, maar ik verheug me nog meer op ons bezoek aan de Arava woestijn, in het zuiden. Dat is mijn favoriete plek. Ik weet zeker dat degenen in de groep die daar nog nooit zijn geweest, betoverd zullen worden door dat bijzondere stuk Israel. De reis tot nu toe is prachtig. Bijzondere momenten, oude en nieuwe vriendschappen, fijne mensen en overal is het JNF-werk dat we zien even mooi en interessant. Steeds weer ben ik supertrots op al het werk dat wij hier doen. Nog trotser voel ik me dat ik voor deze geweldige organisatie mag werken en op deze manier kan bijdragen aan het ontwikkelen van Israel. Ik ben een geluksvogel.’

 

 


Zondag 10 maart

HERDENKEN EN VOORUITKIJKEN

De vijfde dag van de JNF-reis startte met het bezoek aan Yad Vashem: ‘Herinner, vergeet nooit en vertrouw op morgen.’

Ik ging vanmorgen niet mee het herdenkingscentrum in. Een van mijn reisgenoten vroeg me waarom. Daarom een korte uitleg: net zoals veel van mijn generatiegenoten – ik ben geboren lang na 1945 – ben ik opgegroeid met de Tweede Wereldoorlog. Ook al heb ik die oorlog niet meegemaakt, het voelt altijd alsof ik er middenin zat. Het is onderdeel van wie ik ben. Op een droevige manier: al die familieleden die nooit zijn teruggekeerd en die bijna ongrijpbare pijn van mijn ouders, ooms, tantes en andere familieleden die het wel hebben overleefd. Maar er is ook een andere kant. De trots dat zij, ondanks alles, in staat zijn geweest om verder te leven en nieuwe gezinnen te stichten. Ik ben een van die kinderen. Dat geeft me een bepaalde verantwoordelijk, zo voelt dat. Ik denk dat ik daarom, net zoals Meyer Sluyser, een van mijn grootvaders, ben gaan schrijven. Omdat dat voor mij een manier is om ‘door te geven’. Yad Vashem binnengaan, lukt me niet. De pijn is te groot. Vanmorgen voelde ik me daar voor het eerst schuldig over. Alsof ik al diegenen die het zelf hebben meegemaakt niet respecteer. Alsof hun pijn niet veel groter is geweest dan de mijne. Het is zo ingewikkeld.

Ik bleek niet de enige die het er moeilijk mee had. Betty Aardewerk: ‘Ik was er voor het eerst en zag er enorm tegenop. Maar het voelde veilig in de groep, om dit samen met Barbara van het JNF te doen. Het was heel indrukwekkend en het gaf me een heel goed beeld van de omvang van de Shoah. Want zes miljoen kun je niet bevatten. Het Yad Vashem geeft je een beeld van wat er is gebeurd. Het gaat over iets vreselijks, maar het is zo mooi aangelegd. Die tegenstelling trof me.’

DIEPE INDRUK

Ook op de andere reisgenoten maakte het herdenkingscentrum een diepe indruk.

Lida de Haas: ‘Verdrietig, ongelofelijk wat er is gebeurd.’

Haar zoon Merijn: ‘Ik heb geen woorden. Mijn mond en mijn hart voelen gesnoerd. Ik ben altijd een praatjesmaker, maar nu even niet ….’

Henk, zijn vader: ‘Dat er mensen zijn geweest die de gruweldaden hebben gefotografeerd. Ik heb er een dubbel gevoel over. Want het is ook weer goed dat de foto’s er zijn. Voor al diegenen die het niet geloven.’

Ronald Fietje: ‘Yad Vashem is een eyeopener voor iedereen die er nog nooit is geweest. Vooral de Hal met de Eeuwige Vlam. Daar staan op de grond de namen van de vernietigingskampen vermeld. Het is daar altijd stil. Toen ik daar stond, realiseerde ik me hoe groot de haat is geweest om het Joodse Volk te vernietigen. Ik werd er intens verdrietig van… Maar ik voelde me ook blij, want de vernietiging is mislukt.’

Janneke Trapman: ‘Iedereen moet een keer in Yad Vashem geweest zijn. De wijze waarop deze tragische periode hier gepresenteerd wordt, is liefdevol, respectvol, oprecht en niet sensationeel, een waardig eerbetoon.’

VERTROUW OP MORGEN

Vervolgens bezochten we het Anne Frank-monument in het JNF-Martelarenwoud: het is een kubus gemaakt van Cortenstaal, ontworpen door de Nederlandse Piet Cohen. Een indrukwekkend eerbetoon aan een moedig meisje. Het monument drukt de gevoelservaringen uit die Anne Frank tijdens haar onderduik ervoer. De kubus staat voor de beperkte leefruimte, met daarin een plekje voor Anne. De massieve wand voor de isolatie. In een van de wanden is een kastanjeboom te zien, met gaten waar je doorheen kunt kijken. Anne kon de boom zien, maar niet aanraken. Heel symbolisch. Voor ons is vrijheid zoiets normaals. Als je hier staat, realiseer je je wat een kostbaar goed het is.

Van Jeruzalem reden we via het Yatir park naar de Arava. Het ‘onmogelijke woud bij Yatir’ is het ultieme bewijs dat Ben Goerion, de eerste premier van Israel, gelijk had: de woestijn is wel degelijk een plek voor leven!


Maandag 11 maart 

DE MAGISCHE WOESTIJN

Een kleine impressie van opnieuw een prachtige dag, onze zesde reisdag, die geheel in het teken van de Arava woestij stond: de ontmoetingen met Mirith, Maayan, Tobias en Noa en met de bewoners van de Arava. De uitzichten, de kinderen, de kassen, het planten van de acacia’s en het Vidor bezoekerscentrum. De bergen en het Saphir Park (de door Nederland gefinancierde oase). Bus in, bus uit. En heerlijk eten met producten uit de Arava. Zoveel indrukken. Zoals Barbara Flesschedrager op onze vierde reisdag al had voorspeld: we werden allemaal betoverd door dit bijzondere stuk Israel.

ONDERZOEK EN ONDERWIJS

We begonnen in het Vidor bezoekerscentrum. Maayan en Tobias leidden ons rond en vertelden over het Arava R&D Centrum: daar doen ze – door het JNF gesteund – toegepast onderzoek om de boeren in de Arava te helpen hun teelt te optimaliseren, met hogere opbrengsten tot gevolg. Daarnaast introduceren ze nieuwe teelten zoals frambozen, sharonfruit en mirre, waarvan het sap natuurlijke zonnecrème bevat. Naast de hulp aan de lokale boeren is er ook een educatief centrum met lesprogramma’s voor kinderen van 4 tot 18 jaar oud. Spelenderwijs maken ze kennis met de landbouw en natuur. De Arava is een uniek stuk Israel waar iedereen elkaar kent en om elkaar geeft. Samen zetten de inwoners en mensen die er werken gepassioneerd de schouders eronder om de woestijn te laten bloeien.

PARADIJS

Sinds zes jaar werk ik voor het JNF. De eerste keer dat Freddie Rosenberg, directeur van het JNF, me vroeg een artikel te schrijven over de Arava en de projecten van het JNF daar, had ik geen idee waar het over ging. Maar als liefde op het eerste gezicht bestaat, dan is dat wat er met mij gebeurde. De passie van de mensen, hun inzet, liefde en doorzettingsvermogen. Het wonder van wat zij bereiken. Zoals Mirith zegt: ‘To make the impossible possible.’ Ik kan er alleen in superlatieven over denken, praten en schrijven.

In Gan Yarak aten we een biologische lunch in een kas met producten van eigen kweek. Rondom de kas worden heerlijke kruiden en groenten verbouwd. Basilicum, hibiscus, venkel, selderij, sesam, mais en nog heel veel meer.

‘Dit eten is zo lekker en smakelijk. Dit is gewoon een paradijsje. Wat een goed georganiseerde en fantastische reis. En zoveel informatie … Het JNF gaat over veel meer dan alleen bomen planten’, aldus een enthousiaste Keila Weijl.

LANDBOUW ZONDER GRENZEN

Vervolgens bezochten we het AICAT-instituut, waar studenten uit onder andere Kenia, Vietnam, Nepal, Indonesië, Cambodja, Oost-Timor en nog veel meer landen leren van wat hier is bereikt. Het gaf ons een indruk van de belangrijke rol die Israel speelt op wereldniveau. Landbouw zonder grenzen: als je een uitdaging hebt, dan zoek je naar een oplossing. Landbouw voor het dorp en de provincie: niet alleen voor de familie, wees niet gemiddeld, zorg dat je beter bent. We hadden ontmoetingen met studenten, de leiders in hun land van morgen. Zoals een van de studenten zei: ‘Als Israel de woestijn kan laten bloeien, kan het in onze landen ook.’

ZEGEN VOOR DE WERELD

Een bijzonder en emotioneel moment was het planten van acaciabomen. Er werd gezongen, gebeden en er waren tranen. Freddie Rosenberg: ‘Het acaciaproject is een paar jaar geleden gestart. Mensen laten een footprint achter door hun komst naar de Arava. Er is daarom begonnen met het planten van deze inheemse boom van de woestijn: de acacia, om de natuur zoveel mogelijk te behouden. Wij steunen dit belangrijke ecologische en educatieve project om de woestijn niet alleen tot bloei te brengen, maar ook om de natuur te behouden.’

Sylvia en Gerry Veffer plantten een boom voor hun kleinzoon en kleindochter en een ter nagedachtenis aan hun dierbare familieleden die in de shoah zijn vermoord. ‘Onze vermoorde familieleden is hun toekomst ontnomen, onze kleinkinderen zijn onze toekomst …’

Lida en Henk de Haas plantten een boom ter nagedachtenis aan Daniël, Lida’s vader. ‘Samen met zijn oom en tante heeft hij veel goeds gedaan tijdens de oorlog en een Joods jongetje gered. Die oom en tante worden genoemd in Yad Vashem. Wij wilden onze vader op deze manier eren.’

Gerrie en Cors Holleman plantten twee bomen voor de staat Israel: ‘Am Yisrael Chai, het volk Israel leeft.’

Terwijl we samen het Hativa zongen, het Israelische volkslied, kregen de boompjes via druppelirrigatie hun eerste druppels water.

‘Ik had me de Arava voorgesteld als dor, kaal en droog, maar het is een prachtig en boeiend landschap. Wat me diep raakt, is de gedrevenheid van de bewoners van de Arava’, vertelde Gertrude van Veelen.

‘Toen wij het programma kregen voor deze reis , heb ik me daar een beeld bij gevormd. En alles is uitgekomen. In de Bijbel staat: “Israel zal een zegen zijn voor de hele wereld.” Bij AICAT dat we vandaag bezochten, komt dat uit. Ik wil deze reis helemaal in me opnemen, zodat ik iedereen erover kan vertellen. Het is zo heerlijk om hier te zijn’, aldus Irene Fietje.

Het eind van de middag besloten we in Park Saphir, een groene oase in de Arava. Een project van JNF Nederland. Hier ontmoetten we families uit de Arava en deden we samen met hun kinderen spelletjes. Het was een dag vol emoties, nieuwe indrukken en eenieder uit de groep was het ermee eens: de Arava is magisch en het JNF een onmisbare schakel.

 


Dinsdag 12 maart

GELOOF IN JE DROMEN

Na een gezellig ontbijt in Ein Yahav reden we naar een prachtig uitkijkpunt bij Paran. Vanuit ‘de hoogte’ zagen we de modelboerderij, een project van JNF. Hier wordt onderzocht welke soorten gewassen, in aanvulling op de bestaande, gedijen in de woestijn en welke teelmethoden het beste resultaat geven. Paran ligt het zuidelijkst van alle dorpen in de Arava. Samen met onderzoekers onderzoeken de boeren hier wat de beste methode is om gewassen zoals perziken, abrikozen, sharonfruit en druiven te telen.

AFSCHEID VAN DE ARAVA

Toen was het tijd om afscheid te nemen van de Arava. ‘Hier heb ik geleerd dat problemen niet bestaan. In de Arava komen dromen uit’, besloot Freddie Rosenberg ons bezoek. We namen ook afscheid van Mirith die voor twee indrukwekkende dagen zorgde, zij is het contact van het JNF in de Arava. ‘Zes jaar geleden ontstond het idee om hier in Paran een modelboerderij te beginnen. Dankzij het JNF is die er nu. Hij is essentieel voor het voortbestaan van de boeren in de Arava. Wij, alle bewoners van de Arava, zijn jullie zo dankbaar voor jullie nooit aflatende hulp. Samen zijn we sterk; de bewoners van de Arava en onze ambassadeurs.’

De tocht door de woestijn was adembenemend met prachtige schakeringen van vormen, kleuren en licht. En, zeer uitzonderlijk, ook hier veel groen door de enorme regenval van de afgelopen maanden.

 

WATER EN WIJN

Onze volgende stop was het Koning Willem-Alexander waterreservoir. Het reservoir is aangelegd door het JNF en zuivert afvalwater uit de regio en Mitzpeh Ramon voor irrigatie. Wij waren aanwezig bij de feestelijke opening ervan. Samen met Gilles Beschoor Plug (de Nederlandse ambassadeur in Israel), Moshe Kon (voorzitter van JNF Nederland), Eran Raz (eigenaar van wijngaard ‘Nana’) en andere belangstellenden uit de regio onthulden we het reservoir. Het inspirerende verhaal van Eran Raz staat onderaan dit artikel.
Ter afsluiting van de ceremonie plantte de Nederlandse ambassadeur de tweehonderdste boom in het park dat – ook door het JNF – is aangelegd ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden.

Ten slotte, voordat de tocht naar Tel Aviv begon, brachten we een bezoek aan Roman Vineyard. Deze wijngaard is opgericht door Negev Rising, een milieuconsortium van orthodox Joodse families die het lokale welzijn en onderwijs in Mitzpe Ramon ondersteunen. Het wonder van de woestijn, het wonder van Israel, het wonder van het JNF.

Daar, met niets anders om ons heen dan de stilte, de bergen, de ruisende wind en de prachtige imposante wijngaarden, dronken we op het leven, onze fantastische groep, het prachtige Israel en het bijzondere JNF.

TERUGBLIK OP EEN GEWELDIGE REIS

Dat de reis een succes was, met voor iedereen een andere beleving, blijkt uit de volgende reacties:

Caroline Anna: ‘De drive, alles eruit halen wat erin zit, leven in het moment. Een idealisme om jaloers op te zijn. Ondanks oorlogsdreigingen, grote branden en watertekorten worden er steeds nieuwe bomen geplant, kinderen geboren en komen trekvogels bijtanken. Blijven geloven in de toekomst, in de dag van morgen. Het is goed.’

Ayla Blum: ‘Geweldig en verrassend.’

Brenda Koel: ’Inspirerend en overweldigend.’

Ariana Steenbergen: ‘De woestijn komt tot bloei, ontroerend om te zien. En alle lof voor de geweldige organisatie.’

Alfred Fietje: ‘Sprakeloos en in de overtreffende trap: geweldig.’

Elisheva Pas: ‘Deze reis laat me zien hoe klein ik ben als mens: een klein kruimeltje.’

Keila Weijl: ‘Het uitkijkpunt in Paran vat het samen: ontginning, de woestijn terugdringen, geweldig werk. De hele reis is fantastisch georganiseerd door het JNF. Wat we allemaal beleefd hebben, is nauwelijks na te vertellen. 250 miljoen bomen, faciliteiten voor de bewoners en onderzoekslaboratoria. De flora en fauna is ongelooflijk divers. Een onvergetelijke reis.’

Puck Aronson, 90 jaar en sinds 1956 al actief voor het JNF: ‘Je kunt van je man scheiden, het uitmaken met je vriend, maar van het JNF kom je nooit af.’

Ben Dalsheim: ‘Geweldig. Zeer verzorgde reis. Zorg en aandacht voor iedere medereiziger. Zeer uiteenlopende reis, van noord naar zuid, met prachtige plekken. Samenhorigheid.’

Janneke Trapman: ‘Never give up to create a better world.

 

PIONIEREN IN DE WOESTIJN

Een van de aanwezigen bij de opening van het waterreservoir was Eran Raz, eigenaar van wijngaard ‘Nana’. Hier volgt zijn bijzondere verhaal:

 

‘Mijn broertje noemde me vroeger Nana, hij kon mijn naam niet uitspreken. Sindsdien noemt iedereen me zo en nu is er ook Nana wijn.’

‘Tien jaar geleden verhuisden mijn vrouw en ik naar Mitspe Ramon, een dorp in de Negev woestijn. Weg uit de stad en weg van de winkelcentra en files. We arriveerden zonder een cent op zak. Een risico, maar we waren vastbesloten: Mitspe Ramon, een gemoedelijk dorp waar iedereen elkaar kent, wordt ons thuis. Het waren jaren van hard werken en dat is nog steeds zo. Het was mijn droom om een wijngaard te bezitten. Niet echt voor de hand liggend in de woestijn. Alles wat je er doet is een uitdaging en kost veel tijd en geld. Maar wat je ervoor terugkrijgt, is meer dan de moeite waard. Hier tussen de bergen, met niets en niemand om je heen, alleen de wijnranken, hoor je de bladeren ruisen. Op de Golanhoogte worden wijndruiven gekweekt terwijl muziek op de achtergrond speelt, daar schijnen ze beter van te groeien. Hier is muziek niet nodig. De wind componeert de melodieën en creëert rust en stilte: de beste meditatie voor een druif. Het resultaat: de wijn is intenser, voller en lekkerder. Ik ben niet helemaal objectief natuurlijk, maar je proeft het verschil. In de omgeving van Mitspe Ramon was ik de eerste boer met een wijngaard. Nu zijn er vijfentwintig boeren die van landbouw, druiven- of olijventeelt leven. Toen we hier net woonden, reed ik rond in de omgeving en zag ik, daar waar nu mijn wijngaard is, terrassen van stenen die op elkaar liggen, gebouwd door de Nabateeërs, een volk uit de oudheid. Hun kennis van de landbouw was groot. Het ingenieuze is dat ze de hellingen zo aanpasten dat al het regenwater naar de vallei stroomde waar het werd opgevangen in terrassen met simpele stenen muurtjes. Voor mij was de optelsom snel gemaakt. Als er toen al op deze plek terrassen waren, dan moet dit vruchtbare grond zijn. En dat klopte. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar waar nu mijn wijnranken staan, was zand, verder niets. Mede met hulp van het JNF is de grond ontgonnen en werd infrastructuur aangelegd. De toekomst? Water hebben we hier genoeg. Afkomstig van de zee bij Ashkelon. Door een buizenstelsel gaat het de hele woestijn door, Mitspe Ramon is het laatste station. Ook is er genoeg land. Wat we nodig hebben, zijn meer mensen. De stap naar de woestijn is tegenwoordig makkelijker te maken dan toen ik hier kwam wonen, dat was toen een grote ontdekkingsreis. Maar nu is er kennis en ervaring. Druiven verbouwen in de woestijn, iedereen verklaarde me destijds voor gek. En kijk nu … we bottelen een miljoen flessen per jaar en zijn aan het uitbreiden. Mijn advies: geloof in je dromen, dan komen ze altijd uit.’

 

 

 

Privacyverklaring