dinsdag 10 november 2020

Zesentwintig jaar geleden benaderde de Thaise regering mensen uit de Arava woestijn met het verzoek een groep voormalige Thaise militairen op te leiden om een kibboets te stichten. Het idee was om aan de open grens bij Laos kibboetsiem op te zetten, ter verdediging en als natuurlijke grens, zonder te veel machtsvertoon, net zoals dat in de Arava woestijn gebeurt aan de Jordaanse grens. De training was een succes en het begin van het Arava International Center for Agriculture Training (AICAT); een succesvol landbouw-leerinstituut dat nu al vele jaren bestaat met de hulp van KKL/JNF, een aantal ministeries en andere organisaties.

Directeur en oprichter Hanni Arnon: ‘Afgelopen jaar hebben we 1180 studenten opgeleid uit onder andere Nepal, Laos, Oost-Timor, Vietnam, Myanmar (Birma), Cambodja, Kenia, Thailand en zelfs Indonesië, terwijl Israel met dat laatste land geen officiële diplomatieke betrekkingen heeft. Voor het eerst, en daar zijn we reuzetrots op, hebben we ook studenten uit Kaapverdië, Gambia, Fiji en Vanuatu.’

Theorie en praktijk
De studenten verblijven tien maanden in de Arava, van augustus tot juni, de lengte van het landbouwseizoen. Eén dag per week gaan ze naar school waar ze onderwijs krijgen over alle facetten van landbouw, onder andere over watermanagement, ongediertebestrijding en meststof. De overige dagen van de week werken ze bij een boerderij in de Arava en doen ze praktijkervaring op. Van het salaris dat ze hiervoor krijgen, kunnen ze hun ticket en opleiding betalen en vaak houden ze zelfs nog iets over wat ze, terug in hun eigen land, kunnen gebruiken bij het opzetten van een eigen bedrijf. Hanni: ‘Via universiteiten en ambassades leggen we contacten en vinden we studenten. Twee keer per jaar reis ik naar al die landen om toelatingsgesprekken te houden om te beoordelen of ze geschikt zijn voor het AICAT programma. Sommigen zijn nog nooit hun dorp uit geweest. Om alles achter te laten, heb je karakter nodig, dat kan niet iedereen. Volgens onze gegevens – we houden met de meesten contact – komt 99 procent van onze studenten goed terecht en zet een eigen bedrijf op.’

Naast dit programma is het ook mogelijk om een master degree te behalen aan de universiteit van Tel Aviv, gecombineerd met werken in de Arava. Het gaat dan om studenten die de basisopleiding van AICAT al hebben voltooid en terugkomen voor een vervolgopleiding. Hanni: ‘Succes op landbouwgebied is mogelijk, zo leren we hen. Als het hier lukt, in de hete woestijn, dan moet het ook lukken in hun eigen land.’

Wennen
Het is wennen vertelt een van de studenten: ‘Vorig jaar kwam ik, samen met nog twintig andere jongeren uit Nepal, aan op het Ben Gurion vliegveld in Israel. De verlichting op het vliegveld waren we niet gewend. Met de bus reden we door Tel Aviv. We wisten niet wat we zagen, wat een drukte. Het was al donker toen we naar de Arava werden gereden, waar we in een kibboets sliepen. Alles was nieuw en vreemd voor ons. Zoals de airconditioning waarmee je koude en warme lucht kunt binnenlaten. ’s Morgens stonden we op en keken we naar buiten: we zagen alleen maar zand, verder niets. Sommigen van ons huilden, we wilden terug naar huis. Wat moesten we in een kale woestijn? Namens de groep ben ik naar de leiding gegaan om te vertellen dat we niet wilden blijven. Ik vroeg of iemand ons naar het vliegveld kon brengen.

Ze zeiden ons dat we even geduld moesten hebben. Ze namen ons mee naar de Arava. We kwamen langs dorpen waar het groen is, waar we dadelpalmen zagen en ook kassen voor groenten en fruit. We geloofden onze ogen niet. We dachten dat het tovenarij was. Landbouw in de woestijn? Dat kan toch niet! We hadden veel vragen, maar er werd gezegd: “Heb geduld, jullie gaan het vanzelf begrijpen.” En zo ging het ook. Iedere dag leerden we meer.’

Hanni: ‘Het vraagt om een andere manier van denken, doorzettingsvermogen, ondernemerschap en vooral vragen stellen. AICAT is een win-winprogramma. Iedereen die erbij betrokken is, heeft er baat bij. Allereerst de landen waar de studenten vandaan komen. Zij krijgen goed opgeleide agrariërs terug die in staat zijn een eigen bedrijf op te zetten. Dan de lokale bevolking. AICAT verschaft werk aan zestig mensen die lesgeven. Ook de boeren in de Arava hebben baat bij het programma. Zij hebben het hele seizoen door zeer gemotiveerde werkkrachten. En, last but not least, Israel. De studenten leren het land door en door kennen. Ze maken trips en wonen het hele jaar bij gastfamilies. Bij terugkeer naar hun moederland zijn ze de beste ambassadeurs voor Israel’, aldus een trotse Hanni.

Corona
Ook AICAT is geraakt door het coronavirus. Hanni: ‘De meeste van onze studenten konden door de uitbraak van het coronavirus niet meer terug naar hun moederland, omdat de luchtruimen dicht waren. We hebben toestemming gekregen van het ministerie van educatie om de vergunning die ze hebben voor een jaar studie, te verlengen voor nog een jaar. We hebben voor hun tweede jaar een nieuw programma gemaakt, waarin we hen leren over landbouwtoerisme, hoe je jezelf moet presenteren bij een sollicitatiegesprek et cetera. Daarnaast hebben we de groepen per klas kleiner gemaakt. De studenten zien dit tweede jaar als een bonus. Ondanks dat zij zich grote zorgen maken om hun families – in veel van de landen waar ze vandaan komen, is de besmettingsgraad hoog en heeft corona grote impact – zijn ze optimistisch en vol goede moed. Het is ontroerend om te zien hoe de boeren en hun families in de Arava voor onze studenten zorgen en hen opvangen.’

 

Privacyverklaring