Donderdag, 3 september 2026
Joanne's blog

Lieve allemaal,
Een vriend was bij mij op bezoek in Israël. Nog voordat hij zijn koffer had uitgepakt, vroeg hij of ik hem wat Israëlische woorden kon leren.
“Sababa,” zei ik. Hij keek me vragend aan. “Precies. Dat is je eerste woord.”
Sababa betekent zoiets als prima, cool of alles is goed. Een nuttig woord. Is de bus te laat? Sababa. Is het eten lekker? Sababa. Belt iemand je wakker ’s morgens heel vroeg? Iets minder sababa, maar je kunt het nog steeds zeggen.
Het tweede woord was yalla: kom op, vooruit, opschieten. Een woord dat iedere Israëli vele malen per dag zegt.
“Yalla, we gaan ergens naar toe.”
“Maar ik ben nog niet klaar.” “Yalla!”
Mijn woord nummer drie was: achla, oftewel: geweldig of top. Mijn vriend begon het leuk te vinden. Hij kon zich verstaanbaar maken.
Dat gevoel duurde tot we een markt in de buurt bezochten.
Schreeuwende marktlui, bezoekers die zich overal tussen probeerden te wurmen, en bij iedere kraam leek het alsof daar een kleine nationale crisis was.
“Hoe noem je dit in het Ivriet?” vroeg hij.
“Balagan.”
Chaos. Rommel. Wanorde. “Wel een gezellige wanorde,” voegde ik er lachend aan toe.

Bij een kraam wilde een verkoper hem van alles aansmeren.
“Daj” zei ik.
“Wat betekent dat?”
“Genoeg. Stop.”
Later vertelde ik hem over stam. Dat betekent zomaar of grapje, afhankelijk van de situatie.
Aan het einde van de dag vroeg ik wat hij van zijn eerste taalles vond.
Hij dacht even na en zei:
“Al hapanim.”
Dat was de laatste uitdrukking die ik hem had geleerd. Letterlijk betekenen de woorden op het gezicht, maar je gebruikt ze als iets verschrikkelijk, waardeloos of heel slecht is.
Ik keek hem verbaasd aan.
Toen begon hij te lachen.
“Stam! Het was achla.”
Voor iemand die ’s morgens nog geen woord Ivriet sprak, was dat behoorlijk sababa.
Een sjabbat met veel sjalom.
Liefs, Joanne
