donderdag 25 januari 2018

Foto: Meir Vaaknin / Flash90
Door: Joanne Nihom

Toe Bisjwat, het nieuwjaarsfeest van de bomen, dit jaar anders dan vorig jaar door de honderden hectares verbrande grond. Waar eerst leven was, rest nu dood. In luttele uren werden sterke, grote, prachtige bomen zwarte, droevige stompjes. Weg waren de bosrijke gebieden met hun levendige flora en fauna, ze veranderden in troosteloze oppervlaktes.

Haifa in het noorden van Israel, is gelegen op het Karmelgebergte. Een groene stad met veel prachtige parken en wouden. Een paradijs voor wandelaars, fietsers en joggers. Een heerlijke plek voor kinderen om te spelen. Vanaf de berg zijn de uitzichten adembenemend. Hier en daar zie je in de verte de azuurblauwe Middellandse Zee.

Op 24 november 2016 veranderde een allesverwoestende brand in korte tijd het blijde groene Haifa in een zwarte, treurige stad. Doordat het zo lang niet had geregend, de grond kurkdroog was, en er die dag een extreem harde wind waaide, kon het vuur zich snel verspreiden. Het werd de ergste brand in Israels geschiedenis in stedelijk gebied.

   

Vastleggen

“Zo’n dag waarvan je over twintig jaar nog weet waar je was toen je het hoorde”, vertelt de oud-Nederlandse Fieneke Hadash. Samen met haar echtgenoot woont ze aan het begin van het Karmelgebergte, een gebied dat zwaar getroffen werd. “Een vriendin uit Nederland logeerde die week bij ons. ’s Morgens maakten we nog een toer in de omgeving. We lunchten ergens, heel relaxed. Tot ik een telefoontje kreeg van onze buurvrouw. Ze vertelde dat er een grote brand was. Vooral in onze buurt. ‘Het vuur verspreidt zich snel’, zei ze, ‘en de omgeving is afgezet.’ De straat waar wij wonen, leek wel een kerkhof. Ook ons huis werd geraakt. De voorkant verbrandde compleet. De rest bleef gespaard, maar zowel binnen als buiten was alles zwart. De lucht die er hing, kan ik maar niet vergeten.” Maya, Fieneke’s dochter, is fotograaf. “De dag na de brand ging ik naar mijn ouderlijk huis om mijn ouders te steunen. Onze buurt was totaal verlaten. Overal waar ik liep, was het zwart en troosteloos. Het vuur vernietigde vele herinneringen. Ik ben gaan doen waar ik het beste in ben: door het oog van mijn camera de situatie vastleggen. Als document, als iets blijvends.”

Afschuwelijk

De oud-Nederlandse Aafke Karmeli woont samen met haar gezin in wadi Aguza, een ander zwaar getroffen gebied.

“De wadi is een prachtig natuurgebied, groen, vredig en met veel dieren. Na de brand was daar niets meer van over. Door de enorme kracht van de wind, op sommige momenten wel vijftig kilometer per uur, in combinatie met heel veel droge naaldbomen, verspreidde de brand zich razendsnel. Het was zo gebeurd. Een grote enge vuurzee. Afschuwelijk. Een paar dagen voor de brand maakte ik me nog boos over een wild varken dat in onze tuin de grond aan het omwoelen was. Na de brand dacht ik: liep hij hier maar weer rond.”

Verbroedering

Een week lang waren de mensen van het Joods Nationaal Fonds, de politie, Staatsbosbeheer, de brandweer en vele vrijwilligers 24/7 bezig om de branden te blussen. Zij kregen daarbij hulp uit onder andere Amerika, Frankrijk, Kroatië, Cyprus, Turkije, Griekenland, Rusland en ook van Jordanië, Egypte en de Palestijnse autoriteiten. “Ellende verbroedert. Wat was het een zegen al die hulp”, zegt Aafke. “Haifa is een multiculturele stad waar Joden en Arabieren samenleven. Iedereen hielp elkaar. We werden opgevangen in een congrescentrum in de buurt. Maar al snel was het centrum leeg, want mensen van alle religies uit de niet getroffen buurten openden hun huizen. Zij zorgden ervoor dat alle getroffenen werden opgevangen, warm eten kregen en een slaapplaats.”

Herstel

“De eerste weken na de brand waren we in shock. Het leek allesvernietigend te zijn geweest, alsof alle bomen en dieren dood waren”, vertelt Naama Tessler. Ze is landbouwdeskundige en afgestudeerd in het herstel van bossen na een brand. Samen met Hanoch Borger, ook landbouwdeskundige, werkt zij dagelijks aan het herstel van de bossen van Haifa.

“Twee maanden na de brand maakte ik een wandeling door een van de getroffen gebieden”, vertelt Hanoch. “De brand was geblust. Overal zag ik verbrande bomen en struiken. Het vuur was weg. Maar voor de natuur was het nog niet voorbij. Hier en daar hoorde ik een krak van een dode tak. Of een niet te omschrijven geluid vanuit de aarde. Verder was het angstig stil. Geen enkele tsjilpende vogel. Het deed me zo’n pijn. Ik dacht: hoe komt dit ooit nog goed? Hoe gaan we dit aanpakken? Tot ik, bijna aan het eind van mijn wandeling, een vlinder zag vliegen en nog een en nog een en ik begreep dat de natuur bezig was aan haar herstel.”

Volgende week vertellen de landbouwdeskundigen over het plan van aanpak.

Doneer voor het herstel van de stadsparken

Privacyverklaring