dinsdag 19 maart 2019

Veertien leerlingen en zes docenten van het Van Lodenstein College bezochten afgelopen februari Israel. Het hoogtepunt: een bezoek aan de Arava woestijn in het zuiden van het land, waar het Joods Nationaal Fonds (JNF) werk verricht.

 

 

Eén studieweek in Israel en de leerlingen van het Van Lodenstein College uit Amersfoort spreken alleen nog in superlatieven over het land.

“De reis is de mooiste die ik ooit heb gemaakt.”

“Het land is veel mooier dan ik had verwacht.”

“Prachtige plaatsen ontdekt, geweldige mensen ontmoet en genoten van de fantastische natuur.”

“De liefde van de Israeliers voor het land en voor elkaar raakt je hart.”

“Wat er in de Arava woestijn wordt bereikt, is een Gods wonder.”

 

Joods Nationaal Fonds

“Via een blog op de whatsappgroep van Christenen voor Israël en een aankondiging in het Reformatorisch Dagblad las ik over een informatieavond van het JNF in Apeldoorn”, vertelt Theo van Steenbergen, docent godsdienst. Samen met collega Robert Duiker, teammanager in de onderbouw, bezocht ik die avond. Het was onze eerste kennismaking met het JNF. We hoorden dat de organisatie zich al meer dan honderd jaar bezighoudt met de opbouw van Israel, miljoenen bomen plantte en tal van projecten op het gebied van waterhuishouding, land- en tuinbouw ondersteunt. Dat sprak ons aan. Na de avond legden we contact met Freddie Rosenberg, directeur van het JNF, en zo ontstond het idee om een ‘stukje’ JNF toe te voegen aan een studiereis die ons college al gepland had. We besloten onze reis uit te breiden met een bezoek aan de Arava woestijn en met de groep een boom te planten.”

 

Hatikva

Tijdens de eerste dagen van de reis bezocht de groep onder andere Jeruzalem, Nazareth en Massada. “In Jeruzalem zongen we het Hatikva, het Israelische volkslied, in een vol restaurant, in het bijzijn van alle personeelsleden. En in het noorden van Israel zongen we het Israelische volkslied voor een groep soldaten. Dat waren bijzondere momenten”, vertelt Theo. Ook een bezoek aan de Klaagmuur, net voordat de sabbat inging, maakte veel indruk. “Het was er druk met biddende mensen. Wat een vreugde en blijdschap, wat hing er een geweldige sfeer”, vertelt Cor, een van de leerlingen.

De laatste twee dagen bracht de groep door in de Arava. De leerlingen raken er niet over uitgepraat. “Wat de mensen daar tot stand brengen en wat het JNF er doet, is Gods belofte waarmaken dat de woestijn zal bloeien als een roos”, aldus Willianne. “Het was bijzonder om het met eigen ogen te zien.” Gezamenlijk plantten de leerlingen en docenten een acaciaboom. “Dat gaf ons het gevoel daadwerkelijk iets voor het land te doen.”

Pioniersgeest

Allen waren het erover eens dat de pioniersgeest in de Arava, de instelling van ‘geef nooit op’ een mooie en dierbare les is om mee terug te nemen naar Nederland. Cor: “In dat droge en hete gedeelte van het land wordt het onmogelijke mogelijk  gemaakt. Het is indrukwekkend te zien hoe de bewoners met zo weinig middelen zo veel kunnen bereiken; ze presteren het zelfs om zestig procent van de Israëlische groente-export te produceren.”

Arina: “In mijn vrije tijd werk ik bij een groenteboer. Ik vertelde mijn baas over de paprika’s, tomaten en allerlei fruit dat in de Arava woestijn verbouwd wordt.”

De ontmoeting met jongeren uit de Arava werd als een ander hoogtepunt ervaren. “Samen liepen we de woestijn in en vertelden elkaar over onze levens”, vertelt Cor. “Zij staan dicht bij de natuur, een actief en intens leven. In Nederland gaat het bij jongeren vooral om de sociale media. Het heeft me aan het denken gezet.” Een ander contrast met Nederland is de efficiëntie waarmee de bevolking, noodgedwongen, met water omgaat. Cor: “In Nederland sproei je gewassen en verspillen we veel water, in de Arava is water zo kostbaar, dat ze elke druppel gebruiken.” Nog een verschil dat Cor opviel. “In Nederland is het ecologische belang minder belangrijk dan het economische. In de Arava is hiervoor een goede balans gevonden.”

 

 

 

Solidariteit

De reis is voor het Van Lodenstein College nog maar het begin. “Als bijbelgetrouwe christenen zijn we rotsvast overtuigd van de waarheid van Gods beloften zoals Hij die aan Abraham, Isaak, Jacob en Israel heeft gegeven. In het ontstaan van de staat Israel en de opbouw daarvan, zien wij de hand van God en de vervulling van Zijn profetieën”, vertelt Theo. “We vinden het als school belangrijk om onze liefde voor Israel te delen en onze solidariteit met het Joodse volk te tonen. Wij geven onze leerlingen deze liefde mee en proberen tegelijkertijd een genuanceerder beeld van Israel te schetsen tegenover de vaak eenzijdige anti‑Israelberichten in de media. We zoeken nu naar wegen om het werk van het JNF meer onder de aandacht te brengen bij de achterban van onze school, om op die manier bij te dragen aan de opbouw van Israel. Bovendien willen we graag zoveel mogelijk onderlinge contacten opbouwen, zodat een aantal van onze leerlingen in de toekomst wellicht kunnen gaan studeren en/of werken in Israel. Een aantal leerlingen heeft video’s en werkstukken van de reis gemaakt, zodat we onze ervaringen ook met anderen kunnen delen.”

Voor de leerlingen is het terug in Nederland weer even aanpassen. “Bij aankomst in Israel voelde het wat onwennig, maar ik ging me steeds meer op mijn gemak voelen en nu heb ik zelfs heimwee”, aldus Marcelle. “Ik denk dat ik besmet ben met het Israelvirus. Ik ga zeker terug.”

Privacyverklaring